Cocosfabriek in Harlingen van de sloop gered

Cocosfabriek Harlingen van de sloop gered.

Burgemeester en wethouders van Harlingen hebben besloten de Cocosfabriek te verkopen aan de plaatselijke aannemer Jelle Bruinsma. Deze gaat het gebouw eerst wind- en waterdicht maken. Ondertussen worden plannen voor herbestemming verder ontwikkeld.

Op 27 januari 2010 verleenden burgemeester en wethouders een sloopvergunning voor het al jaren leegstaande gebouw.  Dat de sloop niet is geëffectueerd is te danken aan de inspanningen van Machteld Honig. Zij verenigde voorstanders van behoud van het gebouw in de Vrienden van de Cocosfabriek. Vervolgens nam ze in de zomer van 2010 op advies van SIEN-N contact op met diens Friese partner, de Stichting Industrieel Erfgoed Friesland. Gesprekken met de verantwoordelijke wethouder, brieven aan de gemeenteraad, het inschakelen van media en het laten ontwikkelen van herbestemmingconcepten door studenten bouwkunde van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden hadden resultaat.

Het complex is in 1941 door de Duitsers gebouwd als geschutsreparatiewerkplaats voor de Duitse Marine. Het is een zogenaamd MAZA-gebouw, Marine Artillerie Zeugambt. Het is ontworpen in een landelijke bouwstijl, “Heimatstil”, dat verwijst naar traditionele boerderijbouw. De Duits bezetter paste deze stijl toe om militaire complexen vanuit de lucht te camoufleren.  Bouwkundig waardevol zijn de schenkelspantdaken van gelamineerd hout die een sterk ruimtegevoel creëren.

Behalve architectuurhistorisch is dit MAZA-gebouw ook militair-historisch van landelijke betekenis.

Na de oorlog is het gebouw voor uiteenlopende bedrijfsdoeleinden gebruikt. Daarvan is de fabricage van kokosmatten het bekendst.

harlingen Kokosfabriek 1